Over een woord dat meer kapot maakt dan helpt
“Maar Jantine… ik heb ERNSTIGE dyslexie.”
Deze zin hoor ik vaak in mijn leercoachpraktijk.
En elke keer raakt hij me.
Niet vanwege de dyslexie.
Maar vanwege dat ene woord: ernstig.
Het is een ongelukkig gekozen woord voor het laagste percentage kinderen met dyslexie. Een label dat we erop plakken, zonder stil te staan bij wat dat woord doet.
Denk zelf eens na:
Welke associatie heb jij bij ernstig?
Iets heel ergs.
Iets verschrikkelijks.
Net als een ernstige ziekte.
Veel van de kinderen die ik begeleid zijn er heilig van overtuigd dat er iets héél erg mis met ze is.
Ze hebben immers ernstige dyslexie.
Niet “gewoon” dyslexie, maar de ergste vorm. De slechtste versie. Alsof hun brein kapot is.
Als ik dat hoor, kijk ik mijn leerling aan en leg ik rustig uit wat ernstig hier betekent.
Ernstig dyslexie betekent niet dat je dom bent.
Het betekent niet dat je brein het niet doet.
Het betekent alleen dat je bij een test lager scoorde dan een afgesproken grens. Punt.
Niet meer.
Niet minder.
Kinderen met dyslexie – met of zonder dat woordje ernstig – hebben hetzelfde soort brein.
Ze leren anders.
Ze onthouden informatie op een andere manier.
En ze hebben daar andere leertechnieken voor nodig dan school vaak aanbiedt.
En dan komt het wrange, maar tegelijk ook belangrijke deel:
Dat label ernstig zorgt ervoor dat er betaalde ondersteuning mogelijk is via de gemeente.
Zonder dat woord zou die hulp er vaak niet zijn.
Het label is dus geen oordeel over het kind.
Het is een toegangsbewijs tot ondersteuning.
In Facebookgroepen over dyslexie zie ik hetzelfde gebeuren, maar dan bij ouders.
Ouders die denken dat er iets ernstig mis is met hun kind.
En begrijp me niet verkeerd:
onze kinderen kunnen bij een aantal vakken op school niet meekomen en ervaren daar ernstige problemen. Dat is zwaar. Dat doet pijn. Dat vraagt om hulp.
En natuurlijk hadden we liever dat onze kinderen geen dyslexie hadden. Ik ook, bij mijn eigen kinderen.
Maar dat zit voor mij in de moeilijkheden die ze op school ervaren.
In het vastlopen.
In het steeds niet kunnen laten zien wat ze wél weten.
Niet in wie ze zijn.
Niet in hoe hun brein werkt.
Mijn werk bestaat eruit kinderen (en ouders) te laten ervaren dat leren wél kan.
Dat onthouden mogelijk is.
Als je leert hoe jouw brein werkt.

Dus mijn oproep is deze:
Als je iemand hoort zeggen ernstige dyslexie en het klinkt alsof het over een ernstige ziekte gaat, leg dan uit wat het écht betekent.
Zodat er niet nóg een overtuiging bij komt:
Er is iets ernstig mis met mij.
Want als ik naar mezelf kijk, is mijn dyslexie juist de reden dat ik deze kinderen zo goed kan helpen.
Het is van onschatbare waarde geweest in mijn leven.
Voor mij én voor mijn leerlingen.
En nee, dat is geen ernstige ziekte.
Dat is een ander brein, met een andere gebruiksaanwijzing.

